Advocaat - Marieke van der Molen

Wat u moet weten over uw vakantiedagen.

Voor de meeste mensen is het bijna zover. De vakantietijd komt er aan. De koffers kunnen worden gepakt en er is tijd voor ontspanning. Tegenwoordig is het hebben van vakantie een vanzelfsprekendheid en kunnen we het ons bijna niet meer voorstellen hoe het zou zijn om geen vakantie te hebben. Toch is het recht op vakantiedagen pas in 1966 voor het eerst in de wet opgenomen. Voor die tijd konden veel mensen al wel aanspraak maken op dergelijke dagen, omdat dit in hun CAO was bepaald. Maar dit was tot die tijd niet zo’n vanzelfsprekendheid zoals nu. Sindsdien hebben er zich diverse wijzigingen in de wet voorgedaan en zijn de vakantierechten steeds verder uitgewerkt.

Zo is het aantal vakantiedagen waar aanspraak op kan worden gemaakt verruimd, heeft een werknemer meer inspraak in het opnemen van zijn dagen, maar is de mogelijkheid om dagen op te sparen beperkt.

Aantal vakantiedagen

In de wet is geregeld dat werknemers recht hebben op minimaal vier weken vakantie, ongeacht het aantal uren dat zij per week werken. Bij een volledig dienstverband van 40 uur per week komt dit dus neer op 160 vakantie uren per jaar. Wanneer iemand parttime werkt zal de opbouw naar rato zijn. Vakantiedagen kunnen per week of per dag worden opgenomen. En uiteraard is het ook mogelijk om vakantie in losse uren op te nemen.

Deze in de wet bepaalde dagen worden ook wel de wettelijke vakantiedagen genoemd.

Naast de wettelijke vakantiedagen hebben de meeste werknemers ook nog recht op bovenwettelijke vakantie of verlof dagen. Van bovenwettelijke dagen is sprake wanneer een werknemer op basis van de CAO of arbeidsovereenkomst aanspraak kan maken op meer vakantiedagen dan de wettelijke vakantiedagen. Deze extra vakantiedagen worden de bovenwettelijke vakantiedagen genoemd.

De reden waarom er onderscheid wordt gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen is dat er voor de bovenwettelijke vakantiedagen afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt. Zo kunnen bovenwettelijke vakantiedagen tussentijds worden uitbetaald en kan er langer aanspraak op worden gemaakt.

Aanvraag vakantiedagen

Als werknemer heb je in beginsel de vrijheid om zelf te bepalen wanneer je je vakantiedagen wilt opnemen. Dit neemt niet weg dat het opnemen van vakantiedagen altijd in overleg met je werkgever dient te gebeuren. Hoewel het uitgangspunt is dat een werkgever aan het verzoek van een medewerker tegemoet zal dienen te komen zijn er twee uitzondering waarom een dergelijk verzoek kan worden geweigerd.

Allereerst wanneer er in de CAO of in de arbeidsovereenkomst is bepaald dat er een verplichte vakantieperiode geldt binnen het bedrijf. Dan wel wanneer er gewichtige redenen zijn om het verzoek af te wijzen. In dat geval dient de bedrijfsvoering ernstig verstoord te raken wanneer de medewerker verlof opneemt. Een verzoek om vakantie op te mogen nemen mag niet zomaar worden afgewezen er moet daadwerkelijk sprake zijn van een goede reden om het verzoek af te wijzen.

Nadat je een aanvraag voor verlof hebt gedaan dient een werkgever binnen twee weken aan te geven of de verlof aanvraag wordt goedgekeurd dan wel afgekeurd. Is dit binnen die twee weken niet gebeurd dan mag worden aangenomen dat de aanvraag is goedgekeurd.

Heeft u een vraag over arbeidsrecht of ambtenarenrecht stel die dan gerust.

Opsparen van vakantiedagen

Je hebt vakantiedagen om zo de gelegenheid te hebben om te herstellen van het werk. De achterliggende gedachte is daarbij dat op die manier een goede balans kan worden verkregen tussen werk en privé. Om te voorkomen dat medewerkers hun vakantiedagen opspaarden en dus geen rust namen om te herstellen van het werk is in 2012 bepaald dat vakantiedagen niet meer onbeperkt kunnen worden gespaard. De wettelijke vakantiedagen dienen binnen zes maanden, na het jaar waarin ze zijn opgebouwd te worden opgenomen. Gebeurt dat niet dan komen die dagen te vervallen. Uiteraard dient een medewerker dan wel in de gelegenheid te worden gesteld om de vakantiedagen daadwerkelijk op te nemen. De bovenwettelijke vakantiedagen kunnen wel langer worden meegenomen naar een volgend jaar, maar ook in dat geval geldt dat dit niet onbeperkt kan. De bovenwettelijke vakantiedagen dienen binnen vijf jaar na het jaar waarin ze zijn opgebouwd te worden opgenomen.

Doordat het mogelijk is de bovenwettelijke vakantiedagen voor een periode van vijf jaar op te sparen is het nog wel mogelijk om vakantiedagen te sparen om zo voor een langer tijd vakantie op te kunnen nemen, voor bijvoorbeeld een lange reis. Aan de andere kant wordt daarmee voorkomen dat er grote stuwmeren aan vakantiedagen ontstaan, die niet meer eenvoudig kunnen worden opgenomen.

Tot slot

Regelmatig ontstaat er discussie over het saldo aan vakantiedagen of over de vraag of een aanvraag voor een vakantie al dan niet terecht is geweigerd. Mocht u nog vragen hebben over uw vakantie- en of verlofdagen, neem dan gerust contact met mij op. Dit kan telefonisch op 073 699 0050 of per email op info@vandermolenadvocatuur.nl. Ik help u graag.